uit het antwoord van de Korintiers

…het zijn mooie woorden
Wij hebben ze aan alle kanten bekeken.
We hebben ze ook aangekleed en laten dansen.
Ze konden er niets van.
Ze trapten op elkaars tenen, klemden zich aan elkaar vast
en vielen om.
We moesten ze ophijsen- ze konden zelf niet overeind komen.
We hebben ze in een luie stoel gezet.
Ze slapen nu.
Ze snurken.
Als ze wakker worden zien we wel weer verder.
Áls ze wakker worden. 

Wat ons rest zijn onrust, verlangen en onhandigheid,
die drie
en van die drie onhandigheid het meest.

Bron: Toon Tellegen, uit: Minuscule oorlogen, Querido, 2004