Even geen drukte

De mediterende filosoof van Rembrandt ter inspiratie…

We beginnen het eerste verhaal op deze website met een schilderij van Rembrandt dat de naam draagt ‘De filosoof in meditatie’. Op het doek zien we links fel licht van naar binnen schijnende winterzon. Die zon is verblindend, maar geeft geen warmte. Daarna ontdekken we een oude, roerloze man. Hij heeft zich afgekeerd van zijn werktafel en van het boek dat hij aan het bestuderen was: om te denken? Om uit te rusten? Om te mediteren? Direct naast de filosoof zien we rechts een lage deur naar de kelder.Rembrandt_-_The_Philosopher_in_MeditationHij is dicht. Dan trekt de wenteltrap de aandacht. Achter de trap zien we knetterend vuur in de haard en een vrouw die het vuur oprakelt. De traptreden naar boven leiden naar duisternis. Rembrandt leidt onze blik alle richtingen op. Links het stralende daglicht, rechts het zwakke licht van vuur. Alsof het een dialoog is tussen de zon die licht geeft zonder te verwarmen en vuur dat verwarmt zonder licht te geven. De zon van de rede en het vuur van de hartstocht die we beide nodig hebt in het leven? Verder trekt onze blik naar de wenteltrap die de geheime diepten van de kelder met het mysterie van de bovenverdieping verbindt. Ook daar duisternis. Het gevoel van ruimte ontstaat uit het subtiele spel tussen wat onthuld wordt en wat versluierd blijft. Duisternis en schemer, warmte van vuur, serene stilte. En wat verborgen blijft is de geest van de filosoof, zijn innerlijke wereld.

Mediteren is stoppen

Mediteren is stoppen met handelen, met in beweging zijn, met ons druk maken. We zetten de wereld even op afstand. Aanvankelijk lijkt die ervaring bizar. Er is leegte: we doen niets – dat zijn we niet gewend – én er is vulling: we worden een wirwar aan gedachten waar. We missen onze vaste bakens en dingen om te doen. In de ‘buitenwereld’ gaan de dingen anders, dan zijn we in de weer, we maken plannen, denken na, bedenken oplossingen en zoeken afleiding. Bekend terrein.
Voor dat ‘niet–doen’ van de meditatieve ervaring nemen we de tijd om te wennen. Net als het wennen aan de duisternis op het schilderij. Alsof we van licht naar donker gaan. Van de buitenwereld naar de binnenwereld. Van de drukke Amsterdamse stad naar deze sobere meditatieruimte. We hopen kalmte en leegte te vinden. Soms gebeurt dat ook, bijvoorbeeld als je op vakantie in het buitenland een oud, mooi kerkje binnentreedt, een onverwachte serene stilte kan dan weldadig op je vallen. Maar vaak komen we in rommelige gedachten en emoties terecht. We verlangen naar klaarheid maar we vinden vaak onrust. Liever vermijden we die plekken en gaan we aan andere dingen denken. Weg uit die schemerzones.

Onrust tot bedaren brengen

Van buitenaf ziet mediteren er gemakkelijk uit. Een kwestie van zitten en je ogen dicht doen of op één plek richten. Maar dat is slechts het begin. Daarna begint het echte werk. Leren kijken, leren daar te blijven, een beetje los van de wereld. Leren het innerlijk rumoer te laten bezinken. Dit is de eerste etappe die we moeten afleggen: lang genoeg roerloos en zwijgend blijven zitten tot er een zekere kalmte over onze praatzieke geest komt. Zonder iets te forceren, zonder de wil in te zetten. Want daarmee komt de wanorde alleen maar terug. Laten gebeuren, van binnenuit laten komen is het devies. Soms duurt het lang. We kunnen het tempo van verstilling niet versnellen. Dat zouden we graag willen maar dat gaat niet. Mediteren vergt tijd waar we ons in het begin onhandig en onbehulpzaam bij voelen. Er zijn dagen dat er niets gebeurt, wat irritant! Er bestaat over dat menselijke ongeduld een mooie anekdote. Een leerling vraagt aan zijn leraar: ‘Meester, hoe lang moet ik mediteren om innerlijke rust te bereiken?’ Na een lange stilte antwoord de leraar: ‘Dertig jaar.’ De leerling schrikt en vraagt hoe het zou zijn als hij twee keer zo hard werkt aan zijn meditatie, desnoods dag en nacht. De leraar zwijgt en zegt tenslotte: ‘Dan duurt het vijftig jaar…’

Twee manieren van begrijpen

We zijn dus gestopt met wat we aan het doen waren, we zijn gaan zitten met onze ogen gesloten of geloken. We zitten niet om uit te rusten maar om waar te nemen en te begrijpen. Commentaarloos begrijpen wat we ervaren, wat er in ons om gaat. Ten aanzien van dat begrijpen zijn er twee wegen: die van de intelligentie en die van het ervaren. De weg van de intelligentie gaat met onze wil gepaard, met actief inzicht proberen te verwerven en in te grijpen in onze werkelijkheid. Bij ervaren ontvang je de werkelijkheid in en om je heen, je vertoeft er en je laat je erdoor omhullen, het is een proces van met distantie op je af laten komen en weer loslaten. Beide wegen zijn, ieder voor zich, goed. We hebben ze allebei nodig. De eerste weg kun je de weg van het praktische nadenken en de filosofische reflectie noemen. De tweede, de weg van het mediteren: de wereld verwelkomen zónder er meteen over na te denken. Dat is de oefening in een notendop. Misschien krijg je ook wel de behoefte daar tegenaan te schoppen als je je afvraagt: ‘waar ben ik in vredesnaam toch mee bezig?’

De mediterende filosoof van Rembrandt als voorbeeld…

Mediteren betekent van alles. Het houdt onder andere in dat we onze aanwezigheid in het hier en nu intensiveren. Dat we stil gaan zitten om het huidige moment helemaal in ons op te nemen in plaats van eraan te ontsnappen of het te willen veranderen door middel van denken of doen. Mediteren kenmerkt die veranderde houding van de filosoof op het schilderij van Rembrandt die even van zijn denkarbeid afziet en naar een ander niveau afdaalt: dat van verwerken, in zich opnemen wat hij net gelezen heeft zonder het te doordenken, het overstijgen van zijn gedachten. Misschien ook het ervan loskomen.
Mediteren is contact maken met wat er in je omgaat. Daarbij observeer je de aard van die ervaring. Het gaat niet zozeer om de inhoud maar om het proces. Hoe verloopt mijn adem? Hoe ontspannen is mijn lichaam? Zit ik er gemakkelijk bij of wordt ik juist afgeleid? Rolt de ene gedachte na de andere over me heen of valt dat mee? Wat voor goedkeurend of afwijzend commentaar is er in me? Welke geluiden om me heen hoor ik?

Alsof je de geïnteresseerde toeschouwer van jezelf bent. Zo begint mediteren. Wie mediteert gedraagt zich net als de filosoof van Rembrandt die zijn boek vol gedachten naast zich neerlegt. Zo ook legt degene die mediteert zijn gedachten over zijn of haar leven neer, we stoppen het gesprek van binnen en laten de sfeer van een meditatieruimte, de leegte die er hangt, gedachteloos op ons inwerken. Rembrandt schilderde de oerhouding van het tot jezelf komen, van het toelaten van leegte en gedachteloosheid. Anno 2018 kunnen we ons ook overgeven aan de houding die Rembrandt eeuwen her, zo fraai op het doek bracht. Mediteren is van alle tijden.


Bron: Mediteren, dag na dag. Christophe André, blz. 11 – 19, Uitgeverij Ten Have.

Bovenstaande tekst is geïnspireerd op de inleiding van het boek ‘Mediteren, dag na dag’. Het betreft een aangepaste en geredigeerde samenvatting. Het boek van André is niet meer verkrijgbaar in de boekhandel. Het getoonde schilderij van Rembrandt hangt in het Musée du Louvre in Parijs.